Zoeken
  • Dr. Laura Meems

Hartfalen: wat is het, wie krijgt het en waarom?

Hartfalen is een serieuze en ernstige ziekte: 5 jaar na een eerste ziekenhuisopname is al zo’n 65% van de patiënten met hartfalen overleden. Maar wat is hartfalen dan precies?

Hartfalen: een niet goed werkende hartspier


In het geval van hartfalen is je hartspier ziek en niet langer in staat om bloed goed rond te pompen door het lichaam. Daardoor krijgen je spieren en organen onvoldoende zuurstof en voedingsstoffen en kan je lichaam niet langer goed het vocht afvoeren. Vochtophoping ontstaat in de enkels, benen of buik. En soms zelfs in de longen waardoor je ernstig benauwd kan raken. De vochtophoping in het lijf zorgt daarnaast voor andere klachten, zoals vaak ’s nachts uit bed moeten om te plassen, niet goed meer plat kunnen liggen in bed, of misselijkheid en een verminderde eetlust. Ondanks de misselijkheid en verminderde eetlust wordt het gewicht op de weegschaal vaak alleen maar hoger door het teveel aan vocht: soms zit er wel 20kg te veel aan vocht in iemands lijf! Dit vocht noemen we oedeem.


Plastabletten bij hartfalen


Behandeling met vochtafdrijvers (plastabletten) is in dat geval dan ook heel belangrijk. Als het niet lukt om al het vocht kwijt te raken met tabletten, moeten mensen met hartfalen worden opgenomen in het ziekenhuis voor een behandeling met vochtafdrijvende medicijnen via het infuus. Doordat de medicijnen rechtstreeks in het bloed komen werken deze vaak beter dan via een tablet. Toch kan het wel even duren voordat al het teveel aan vocht weer uit het lijf is. Mensen met extreme vochtophoping door hartfalen kunnen daardoor soms wel wekenlang in het ziekenhuis liggen.


Waar komt al dat vocht vandaan?


Vochtophoping kan komen door een vermindering in de pompkracht (systolisch hartfalen), of doordat het hart moeite heeft om zich te vullen met bloed (diastolisch hartfalen). Systolisch hartfalen komt vaak door een beschadiging aan de hartspier zelf, zoals na een (ernstig) hartinfarct of bij een hartspierziekte. Bij deze vorm van hartfalen is de hartspier vaak vergroot. Ook is de hartspier dunner en slapper dan normaal. Dit zorgt ervoor dat het hart minder goed kan knijpen en daardoor minder bloed naar organen en spieren kan rondpompen.


In het geval van diastolisch hartfalen is er niks mis met de pompkracht van het hart, integendeel: het hart knijpt goed, maar kan zich niet goed ontspannen. Dit komt omdat de hartspier stijf is geworden, waardoor de hartspier zich minder goed kan vullen met bloed en op die manier minder bloed per hartslag rond kan pompen. Dit is vooral lastig op momenten dat je lijf meer bloed nodig heeft, zoals bij inspanning. Mensen met diastolisch hartfalen merken dan ook vaak dat ze erg benauwd worden bij een klein inspanning terwijl het in rust best wel goed gaat.


Kan hartfalen worden genezen?


Op dit moment nog niet. Medicijnen vormen het belangrijkste onderdeel van de behandeling van hartfalen. In het geval van systolisch hartfalen is er een ruime keuze in medicijnen die gebruikt kunnen worden. Vaak wordt er in ieder geval behandeld met een medicament dat de pompkracht van het hart ondersteunt (beta-blokker), 1 of 2 bloedverdunners (acetylsalicylzuur en/of Brillique/Plavix), een cholesterolverlager (statine). Daarbij kan er dan nog een bloeddrukverlagend medicijn aan worden toegevoegd dat ook het hart en de nieren op lange termijn beschermd (ACE-remmer, ARB of ARNi,) of een heel nieuw medicijn welke het hart beschermd, vochtophoping tegengaat en de bloedsuikers reguleert door suikers uit te plassen (SGLT-remmers). Uiteraard spelen ook vochtafdrijvers (plastabetten) een belangrijke rol in de behandeling van systolisch hartfalen.


Diastolisch hartfalen heeft nog weinig behandelmogelijkheden


In het geval van diastolisch hartfalen zijn de medicijn opties helaas veel beperkter en zijn er tot nu toe nog geen medicijnen beschikbaar die ervoor zorgen dat het hart op de lange termijn wordt beschermd. Om klachten te verminderen wordt vaak wel gestart met vochtafdrijvers, in de hoop dat door afname van het teveel aan vocht de drukken in het stijve hart lager worden en het hart zich zo gemakkelijker kan vullen met bloed. Toch gloort er wel enige hoop aan de horizon voor een nieuwe behandeling van diastolisch hartfalen: er zijn voorzichtige positieve geluiden dat het gebruik van zogenaamde SGLT2-remmers ook in patiënte met diastolisch hartfalen klachten doet verminderen en leidt tot minder frequente ziekenhuisopname ten gevolge van vochtophoping.


Harttransplantatie als uiterste behandelmogelijkheid


Naast medicijnen kunnen er in sommige gevallen ook kleine apparaatjes zoals pacemakers of interne defibrillators in het lichaam worden ingebracht om het hart te ondersteunen, of zelfs een groter apparaat – ook wel steunhart genoemd - dat de volledige pompfunctie van de linkerhartkamer overneemt. Toch blijken al deze medicijnen en ondersteunende apparaten niet altijd voldoende. Een laatste redmiddel om iemand beter te maken is dan harttransplantatie. Hierbij wordt het zieke hart van de patiënt uit het lichaam gehaald en wordt er een gezond hart van een donor teruggeplaatst.


Wie krijgt een harttransplantatie?


In Nederland wordt deze ingrijpende operatie ongeveer 30-40 keer per jaar uitgevoerd. Maar niet alle mensen met hartfalen krijgen uiteindelijk ook een nieuw hart. Op dit moment staan er zo’n 140 mensen op de wachtlijst. Het gebeurt regelmatig dat mensen met hartfalen overlijden voordat er een donorhart voor hen beschikbaar is. Ook kunnen er andere medische of psychische en sociale redenen zijn waarom mensen geen harttransplantatie kunnen ondergaan, zoals bijvoorbeeld na recente behandeling tegen kanker, andere organen in het lichaam die niet goed werken of ernstig overgewicht. Een strenge leeftijdsgrens is er niet, maar om een nieuw hart te kunnen krijgen moet een patiënt wel in goede lichamelijk en geestelijke conditie zijn.


De meeste patiënten met hartfalen krijgen geen steunhart of donorhart en zullen vaak overlijden aan hartfalen. Bij ernstig, vergevorderd hartfalen zullen patiënten merken dat hun conditie beetje bij beetje steeds verder achter uitgaat en dat ze steeds vaker en langer moeten worden opgenomen in het ziekenhuis om het teveel aan vocht weer uit het lichaam te krijgen. In deze levensfase kan er in overleg met de cardioloog worden besloten tot het stoppen van de behandeling die gericht is op beter worden, en over worden gegaan op streven naar comfort zonder pijn en benauwdheid. Dit wordt palliatieve zorg genoemd en is erop gericht om de kwaliteit van het leven in het laatste deel van het leven zo goed mogelijk te houden. Hoe lang deze fase duurt is per patiënt verschillend en kan variëren van uren tot maanden.

Samengevat..


Al met al is hartfalen dus een ernstige en veelvoorkomende ziekte. Helaas hebben we op dit moment nog geen medicijnen om hartfalen te genezen, maar kunnen we klachten ten gevolge van vochtophoping vaak wel redelijk behandelen. Gelukkig is er veel onderzoek gaande dat zich richt op het nog beter begrijpen en behandelen van hartfalen en hopelijk helpt ons dit om in de nabije toekomst alle mensen met hartfalen nog beter te behandelen of, misschien wel te genezen.


Tot die tijd geldt ook voor hartfalen “voorkomen is beter dan genezen”. Je kunt jezelf en je hart zo gezond mogelijk houden door al vroeg te starten met een gezonde levensstijl die bestaat uit gebalanceerd en gevarieerd eten (oppassen met rood vlees, neem ook liever wat vaker vis dan vlees), voldoende beweging en letten op een gezond gewicht, matig met alcohol (maximaal 1 alcoholische consumptie per dag en “binge” drinken voorkomen), stoppen met roken en het niet gebruiken van drugs.


Twijfel je over de gezondheid van jouw hart? Ga dan eens langs bij de huisarts voor een gesprek en indien nodig een screenend bloedonderzoek. Op tijd behandelen van hoog cholesterol, hoge bloeddruk, overgewicht of suikerziekte kan hartfalen voorkomen!


Over de gastauteur

Deze blog is geschreven door Laura Meems, zij is in opleiding tot cardioloog. Ze is gepromoveerd op het effect van vitamine D in hartfalen. Ook is zij bezig met post-doctoraal onderzoek waarbij haar onderzoek is gericht op man-vrouw verschillen in cardiovasculaire ziekte, in het bijzonder hartfalen.

1,762 keer bekeken