Zoeken
  • Drs. Marc Schluep

Wel of niet reanimeren: hoe vraag je dat? (ook aan jezelf)

Bijgewerkt op: 24 feb.


Wanneer iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen zou je zomaar eens de vraag gesteld kunnen worden: “Wilt u wel of niet gereanimeerd worden?” Ook in de media zie je dit onderwerp steeds vaker terugkomen. Zo bestaat discussie over het überhaupt stellen van deze vraag, de timing er van en de doelgroep voor deze vraag. Eerder riepen de patiëntenfederatie en de ouderenbond senioren (70+) patiënten op om zelf alvast na te denken over het wel of niet reanimeren(1). Maar, zijn senioren wel de groep voor wie deze vraag het meest relevant is? En welke informatie hebben zorgverlener en patiënt nodig om samen tot een besluit te komen?


Reanimatie binnen of buiten het ziekenhuis: een verschil


Allereerst moeten we het onderscheid maken tussen reanimaties ín het ziekenhuis en reanimaties buíten het ziekenhuis. Als iemand bijvoorbeeld op straat een circulatiestilstand (in de volksmond ook wel hartstilstand) krijgt, hangt de kans op overleven vooral af van een vlotte start van de reanimatie(2). Daarom is er veel aandacht voor het leren reanimeren aan burgers. Ook zijn er steeds meer AED’s beschikbaar in de openbare ruimte welke gebruikt kunnen worden bij een reanimatie. In dit soort onverwachte noodsituaties is het natuurlijk moeilijk om van tevoren afspraken te maken over wel of niet reanimeren. Mensen worden vaak gevonden door omstanders, die (terecht) zullen beginnen met reanimeren en niets van eventuele afspraken afweten. Er kunnen natuurlijk wel afspraken worden gemaakt met de huisarts en/of familie en er zijn niet-reanimeren verklaringen en penningen te krijgen. Hoe je dit afspreekt en welke verklaringen juridisch geldig zijn, is een heel boeiend onderwerp. In deze blog richt ik mij echter op de situaties ín het ziekenhuis.


Reanimaties in het ziekenhuis


Om te voorkomen dat patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen een circulatiestilstand krijgen (bijvoorbeeld omdat ze onverwachts zieker worden) worden patiënten nauwlettend in de gaten gehouden. Hiervoor bestaan er bijvoorbeeld spoed interventie teams, waardoor patiënten zo nodig vroegtijdig op de intensive care kunnen worden opgenomen. Hierdoor kan een reanimatie in het ziekenhuis vaak worden voorkomen. Het aantal reanimaties op verpleegafdelingen in Nederland ligt mede daardoor ook lager dan in veel andere landen(3,4). Maar, omdat we willen weten wat we moeten doen als een circulatiestilstand optreedt, leggen we voor iedere patiënt in het patiëntendossier vast wat we moeten doen in nood. Wel of niet reanimeren. Dit heet het reanimatiebeleid.


Geen euthanasie


Mensen verwarren het documenteren van een reanimatiebeleid nog wel eens met de beslissing om wel of niet te behandelen. Dat is gelukkig niet hetzelfde. Ook wanneer wordt besloten om niet te reanimeren, krijgt de patiënt nog steeds de best mogelijke behandeling voor zijn of haar ziekte. Dit geldt ook bij het eventuele overlijden. De patiënt zal nog steeds de best mogelijke zorg krijgen, hoeft geen pijn te hebben en er wordt ruimte geboden voor afscheid en een rustig overlijdensproces. Ook wordt er wel eens gedacht dat een reanimatie beslissing iets met een euthanasieverklaring te maken heeft(5,6). Ook dat klopt niet. Een euthanasieverklaring is een document waarin uw wensen voor levenseinde worden vastgelegd, inclusief eventueel hulp bij sterven. Een reanimatiebeleid beantwoord alleen die ene vraag: wilt u wel of niet gereanimeerd worden.


Het reanimatiegesprek: best lastig


Uit vragenlijstonderzoek onder Nederlandse patiënten blijkt dat mensen het vaak niet helemaal goed lukt om mee te krijgen welk reanimatiebeleid er gedocumenteerd staat(7). Van de mensen die op een verpleegafdeling waren opgenomen, kon 44% zich geen gesprek hierover herinneren. Het merendeel wist dus ook niet zeker welk beleid was vastgelegd en 7% had zelfs een ander beleid onthouden dan dat in het patiëntendossier stond. Hiernaast schatten de patiënten hun overlevingskansen 2,5 keer zonniger in dan de werkelijkheid is. Mensen vinden het daarentegen geen probleem om over het reanimatiebeleid te praten. Bijna iedere patiënt gaf aan dat ze graag een gesprek hierover hadden gehad met hun arts. Het is dus schijnbaar iets waarover mensen wel willen spreken, maar wat nog niet voldoende lukt.


Waarom wordt de vraag eigenlijk gesteld?


Naast dat mensen vanwege religieuze of persoonlijke overtuigingen soms niet gereanimeerd willen worden, is het voor sommige patiënten ook niet zinvol en zou het eventueel onnodig lijden kunnen vergroten. Hiervoor zijn een aantal dingen belangrijk om te beseffen.


1. Wanneer moet je gereanimeerd worden?

Het spreekt misschien voor zich, maar om gereanimeerd te worden moet je eerst een circulatiestilstand (hartstilstand) krijgen. De oorzaak hiervoor kan zijn dat het hart zelf ziek is, of er kan een ander orgaan zijn dat faalt, waardoor het hart zijn functie niet kan uitvoeren. Bij mensen die tijdens een ziekenhuisopname worden gereanimeerd zijn het vaak meerdere problemen die bij elkaar komen. Bijvoorbeeld nierfalen in combinatie met een longontsteking. Dan zijn er te veel afvalstoffen en te weinig zuurstof in het bloed. Wanneer iemand daardoor gereanimeerd moet worden betekent dat dus vaak dat diegene ernstig ziek is.


2. Een reanimatie is niet niks!

Een reanimatie is een ingrijpende medische handelingen met gevolgen en gevaren. Een aantal veelvoorkomende gevolgen van een reanimatie zijn gebroken ribben, een gescheurde lever en een longontsteking door ingeademd braaksel. De meeste patiënten moeten na een reanimatie naar de intensive care en zullen daar enkele dagen tot weken behandeld moeten worden. In Nederland overleeft 55% van de mensen een reanimatie in het ziekenhuis, een jaar daarna leeft nog 28%(4). Veel mensen die initieel succesvol gereanimeerd worden, overlijden dus alsnog op de intensive care. Deze mensen had dus wellicht onnodig lijden bespaard kunnen blijven. Patiënten die IC opname wel overleven kampen vaak ook met gevolgen van reanimatie en IC opname, zoals het langdurig falen van organen, zwakte en zenuwpijnen, post-traumatische stress en geheugenverlies. Allemaal problemen die met de tijd iets verbeteren, maar die ook permanent kunnen zijn. Dit wordt tegenwoordig ook omschreven als een post-IC syndroom (PICS).


3. Je gezondheidstoestand is ná een reanimatie is nooit beter dan vóór de reanimatie.

Bij een circulatiestilstand stopt de bloedstroom en dus het zuurstoftransport. Dit betekent dat alle weefsels een zuurstoftekort krijgen. Je spieren, botten en je huid kunnen goed tegen een paar uur zonder zuurstof, maar je hersenen, nieren en je darmen zeker niet. De grootste vrees is hersenschade, omdat dat binnen enkele minuten zonder zuurstof al optreedt. De hersenschade varieert van geheugen- en concentratieproblemen, tot permanente afhankelijkheid van anderen. De impact die de hersenschade heeft, wordt ook bepaald door iemands uitgangssituatie. Als je al ziek was (wat de mensen die in het ziekenhuis liggen zijn), ben je dat na de reanimatie nog erger. Wat we in onderzoek daarvan terugzien is dat mensen die voor de reanimatie al ziek of afhankelijk waren, na de reanimatie ook minder kwaliteit van leven ervaren(4).


Een afweging van kans op overleving en kans op schade


Best nogal wat om in overweging te nemen dus. Maar wat is dan de afweging van de risico’s? Als je niks doet bij een circulatiestilstand, overleeft de persoon in kwestie het sowieso niet. Voor je gevoel wordt het niet veel ‘erger’ dan dat, toch? Maar of dat waar is, is iets heel persoonlijks, en hangt af van wat jij als kwaliteit van leven ervaart.


Niet alleen oude mensen


Wat we uit onderzoek zien is dat patiënten van 70-plus niet per se een slechtere kans op overleving van een reanimatie hebben dan mensen jonger dan 70 jaar(4,8). Patiënten van 80-plus en 90-plus beginnen wel slechtere overlevingskansen te krijgen(8). Deze kansen zijn alleen wel onlosmakelijk verbonden met ziektelast en zelfstandig functioneren. Dus hoe ziek iemand is en hoe goed iemand voor zichzelf kan zorgen zegt veel meer over de kans op overleving dan alléén het getal van de leeftijd. Dit moet dus altijd samen worden gezien. Ook in termen van kwaliteit van leven zien we dat leeftijd alléén geen goede voorspeller is. Voor jongere patiënten wegen dit soort zaken wellicht nog wel veel zwaarder. Kwaliteit van leven is dus een grijs gebied. Waar sommige mensen nooit van hun leven in een rolstoel zouden willen zitten, vinden andere mensen weer nieuwe manieren om hun leven kleur te geven. Voor iedere patiënt moet dus een individuele afweging worden gemaakt. Wat accepteert iemand aan verlies in kwaliteit van leven? Helaas kunnen we (nog) niet op individuele basis een prognose maken, maar één ding staat vast: patiënten die een reanimatie in het ziekenhuis overleven, hebben daarna minder kwaliteit van leven dan daarvoor(4,9). Het overgrote deel van de overlevenden zal dus niet kunnen terugkeren naar het leven dat zij hadden, of in ieder geval niet meteen.


Wilt u gereanimeerd worden; ja of nee?


Is dus niet de juiste vraag. De juiste vragen zijn wel: wat verwacht u nog van het leven? Welke activiteiten bepalen uw levensvreugde? Welke dingen wilt u nog bereiken? Hoe kijkt u tegen afhankelijkheid aan? Het is aan de medisch specialist om de patiënt hierover goed te informeren en om samen te bepalen welk soort medische behandeling genoeg gezondheidswinst oplevert en wat nog haalbaar is. Dit geldt voor reanimaties, maar ook voor (intensive care) opnames in het algemeen, anti-kankertherapie, nierdialyse of operaties. Door het gesprek te veranderen naar wensen en verwachtingen in plaats van enkel te noteren wat de reanimatiewens is, open je de weg om afspraken te maken over de beste zorg, afgestemd op het individu.



Over de auteur:

Deze blog is geschreven door dr. Marc Schluep, anesthesioloog-intensivist en wetenschapper op het gebied van reanimatie in het ErasmusMC.


Referenties:

1 Ben je ouder dan 70? Denk dan na over wel of niet reanimeren | Binnenland | AD.nl. https://www.ad.nl/binnenland/ben-je-ouder-dan-70-denk-dan-na-over-wel-of-niet-reanimeren~ac056380/ (accessed Oct 13, 2021).

2 Høybye M, Stankovic N, Holmberg M, Christensen HC, Granfeldt A, Andersen LW. In-Hospital vs. Out-of-Hospital Cardiac Arrest: Patient Characteristics and Survival. Resuscitation2021; 158: 157–65.

3 Andersen LW, Holmberg MJ, Berg KM, Donnino MW, Granfeldt A. In-Hospital Cardiac Arrest. JAMA2019; 321: 1200.

4 Schluep M, Hoeks SE, Blans MJ, et al.Long-term survival and health-related quality of life after in-hospital cardiac arrest. Resuscitation2021; published online July. DOI:10.1016/J.RESUSCITATION.2021.07.006.

5 Beed M, de Beer T, Brindley PG. Two decades of British newspaper coverage regarding do not attempt cardiopulmonary resuscitation decisions: Lessons for clinicians. Resuscitation2015; 86: 31–7.

6 Vrijdag in Meldpunt: Ziekenhuizen weigeren senioren te reanimeren. https://pers.omroepmax.nl/vrijdag-in-meldpunt-ziekenhuizen-weigeren-senioren-te-reanimeren/ (accessed Oct 13, 2021).

7 Schluep M, Hoeks SE, Endeman H, et al.A cross-sectional investigation of communication in Do-Not-Resuscitate orders in Dutch hospitals. Resuscitation2020. DOI:10.1016/j.resuscitation.2020.04.004.

8 Schluep M, Rijkenberg S, Stolker RJ, Hoeks S, Endeman H. One-year mortality of patients admitted to the intensive care unit after in-hospital cardiac arrest: a retrospective study. J Crit Care2018; 48: 345–51.

9 Soliman IW, de Lange DW, Peelen LM, et al.Single-center large-cohort study into quality of life in Dutch intensive care unit subgroups, 1 year after admission, using EuroQoL EQ-6D-3L. J Crit Care2015; 30: 181–6.


Disclaimer: Deze blog is geschreven vanuit mijn perspectief als arts. Ik geef in deze blog geen medisch advies, maar probeer de informatie te geven waarmee jij zelf verder kunt. De blog is gebaseerd op de informatie die voor mij beschikbaar is op het moment van schrijven, in oktober 2021. De afweging om wel of niet te reanimeren moet altijd worden gemaakt in overleg met je eigen behandelaar. Ik word niet betaald of gesponsord voor het schrijven van deze blog, noch door mijn ziekenhuis, noch door de overheid of de farmaceutische industrie.


Fotografie: Anne Reitsma

1.957 weergaven