Een hartinfarct tijdens je zwangerschap: kan dat dan?

Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn de belangrijkste oorzaak van indirecte moedersterfte in Europa en in Nederland. In Nederland is het zelfs zo dat de moedersterfte aan HVZ de laatste jaren zelfs gestegen. Mijn eigen onderzoek toont onder andere aan dat de kans op moedersterfte aan een HVZ in Nederland laag is, met een risico op sterfte van 2.4 vrouwen per 100.000 levend geboren kinderen. De nummer 2 doodsoorzaak aan HVZ tijdens de zwangerschap is een hartinfarct.

Zwangerschap en hart- en vaatziekten: hoe zit dat dan?


Zwangerschap in combinatie met HVZ komt niet toevalligerwijs voor. Tijdens de zwangerschap veranderd het vrouwenlichaam. Wat het hart en de vaten betreft krijgen vrouwen onder andere meer bloedvolume en een lagere vaatweetstand en bloeddruk. Ook wordt de hartslag sneller. Daarnaast is het zo dat de bloedstolling toeneemt. Dit heeft logischerwijs invloed op het hart, de vaten, en daarmee op HVZ.

Verhoogd risico op een hartinfarct tijdens de zwangerschap


De verhoogde stollingsneiging tijdens de zwangerschap kan leiden tot een hartinfarct veroorzaak door een bloedstolsel. Ook kunnen de kransslagvaten door verweking van de vaten tijdens de zwangerschap scheuren. Ook dit kan leiden tot een hartinfarct. We verwachten dat er in de toekomst meer jonge vrouwen een HVZ hebben of krijgen, wanneer zij zwanger worden. Dit omdat risicofactoren (zoals roken, overgewicht en suikerziekte) toenemen, en het totale risico op HVZ daardoor ook toeneemt.

Hartinfarct bij zwangere is moeilijk te herkennen


Herkenning van een hartinfarct tijdens de zwangerschap kan moeilijk zijn, omdat de symptomen lijken op de ongemakken die normaal ook tijdens de zwangerschap voorkomen. Zo kan bijvoorbeeld pijn op de borst tijdens de zwangerschap worden veroorzaakt door zuurbranden, maar ook door een hartinfarct. Daarnaast is het zo dat dokters bij deze jonge vrouwen niet snel aan een HVZ zullen denken, omdat dit relatief zo zeldzaam is in deze leeftijdscategorie.


Niet alleen het herkennen, maar ook het stellen van de diagnose wordt tijdens de zwangerschap bemoeilijkt. Verschillende testen kunnen tijdens de zwangerschap niet gebruikt worden, omdat ze sowieso afwijkend zijn tijdens de zwangerschap (bepaalde bloedtesten), of omdat ze risico geven voor het ongeboren kind (bijvoorbeeld een CT-scan). Zelfs het hartfilmpje is anders tijdens de zwangerschap dan daarbuiten en is daardoor moeilijker te interpreteren.

Wat zegt medisch wetenschappelijk onderzoek?


Verschillende onderzoeken van Nederlandse bodem hebben zich de laatste jaren gericht op hartinfarcten tijdens de zwangerschap (ischemische hartziekten). Zo is er onderzoek verricht naar hartinfarcten die voor het eerst ontstaan tijdens de zwangerschap of in het kraambed. Dit onderzoek concludeerde dat een hartinfarct tijdens de zwangerschap, of in het kraambed, begint met pijn op de borst en met name ontstaat laat in de zwangerschap (3e trimester) of in het kraambed. Deze gegevens zijn belangrijk om hartinfarcten tijdens de zwangerschap te herkennen. De belangrijkste oorzaken zijn zowel het scheuren van een bloedvat van het hart, als het vormen van stolselpropjes in die bloedvaten zijn. Niet alleen voor de moeder was het risico hoog, er waren ook risico’s op complicaties bij het ongeboren kind (onder andere sterfte en vroeggeboorte).


Ook is er recent onderzoek gedaan naar vrouwen die al een hartinfarct hadden doorgemaakt en vervolgens zwanger werden. Deze vrouwen liepen een hoog risico tijdens de zwangerschap, met een risico van 1 op 4 op ernstige complicaties, inclusief moedersterfte. Slechts 21% van de vrouwen hadden een zwangerschap zonder complicaties betreffende het hart, de zwangerschap en bevalling zelf, of betreffende het kind.

Waarom is dit belangrijk?


Vanwege onbekendheid van het feit dat zwangerschap het risico op HVZ vergroot, zowel in de medische wereld als bij patiënten zelf, worden vrouwen soms niet goed behandeld met complicaties van dien. Soms dus met de dood tot gevolg. Meer bekendheid over het risico zorgt voor tijdige herkenning en behandeling.

Ik ben zwanger, moet ik me nou zorgen maken?


Nee, een hartinfarct blijft alsnog iets zeldzaams. Het is wel belangrijk om je risico op HVZ zo klein mogelijk te maken. Het merendeel van de risicofactoren hiervoor heb je namelijk zelf in de hand. Stoppen met roken is de belangrijkste, maar ook het voorkomen of behandelen van obesitas, suikerziekte, en hoge bloeddruk en cholesterol zijn van belang. Wanneer je zwanger wilt worden, maar ook buiten de zwangerschap.


Onderzoeken nalezen? lees eens:


Cantwell R, Clutton-Brock T, Cooper G, et al. Saving mothers' lives: Reviewing maternal deaths to make motherhood safer: 2006-2008. the eighth report of the confidential enquiries into maternal deaths in the united kingdom. BJOG 2011;118 Suppl 1: 1-203.


Schutte JM, de Jonge L, Schuitemaker NW, et al. Indirect maternal mortality increases in the netherlands. Acta Obstet Gynecol Scand 2010;89: 762-8.


Schutte JM, Steegers EA, Schuitemaker NW, et al. Rise in maternal mortality in the netherlands. BJOG 2010;117: 399-406.


Lameijer H. Improving resuscitation of pregnant women. Neth Heart J 2017;25: 352-3.


Lameijer H, Lont MC, Buter H, et al. Pregnancy-related myocardial infarction. Neth Heart J 2017;25: 365-9.


Burchill LJ, Lameijer H, Roos-Hesselink JW, et al. Pregnancy risks in women with pre-existing coronary artery disease, or following acute coronary syndrome. Heart 2015;101: 525-9.


Lameijer H, Kampman MA, Oudijk MA, et al. Ischaemic heart disease during pregnancy or post-partum: Systematic review and case series. Neth Heart J 2015;23: 249-57.


Lameijer H. Myocardial infarction during pregnancy; not only coronary artery dissections: Comment on rose et al., pregnancy-related spontaneous coronary artery dissection: A case series and literature review. J Emerg Med 2017;53: 916.


Lameijer H, Crombach A. Aortic dissection during pregnancy or in the postpartum period: It all starts with clinical recognition. Ann Thorac Surg 2018;105: 663.


Lameijer H et al. Maternal mortality due to cardiovascular disease in the Netherlands: a 21-year experience