top of page
Zoeken

Gebroken vliezen, urenlang persen en heel erg trots: mijn bevallingsverhaal!

Bijgewerkt op: 28 mrt. 2023

Het is zeven over drie. 's Nachts. Ik sta naast mijn net nieuw gekochte bed, waar ik zojuist bijna reflexmatig uit gesprongen ben. Een bed dat ik nog steeds niet op klossen heb gezet ondanks dat ik inmiddels 41 weken en 4 dagen zwanger ben en de klossen al weken in huis heb. Uitstelgedrag omdat het toch allemaal een beetje spannend is, dat hele bevallen? Of gewoon pragmatisch, omdat het pas echt nodig is zodra de verloskundige of kraamzorg het nodig heeft? Waarschijnlijk een beetje van beide. Ik klik mijn nachtlampje aan en kijk verdwaasd langs mijn benen naar beneden. Op de vloer (en niet op het nieuwe bed!) ligt een plasje helder vocht...


"My water just broke!"


Ik sprint, voor zover ik dit nog kan met mijn dikke buik, naar de badkamer. Met mijn nachthemd nog aan ga ik onder de douche staan. Net op tijd, want een hele guts vruchtwater kletst op de tegels! "Bas!", schreeuw ik naar mijn vriend. "Het is begonnen!". Niet veel later staat hij naast me in de badkamer. "Geef me eens zo'n verbanddinges, zo'n kraamding!", zeg ik, terwijl ik van de opwinding nauwelijks uit mijn woorden kom. Ik wil zien of het vruchtwater écht helder is. Zo niet kan het zijn dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept (meconium). Dit is een mogelijk teken van stress bij de baby waarvoor je in het ziekenhuis gecontroleerd moet worden en ook 's nachts direct de verloskundige moet bellen.


Wanneer ik het eenmaal op het verband zie begin ik toch te twijfelen. En ik realiseer me tegelijkertijd dat ik, als dokter nota bene, nog nooit vruchtwater heb gezien! Ik kijk mijn vriend, die anesthesist is, vragend aan. Hij kijkt net zo vragend terug en haalt zijn schouders op. "Wat vind je ervan?", zegt hij. Het lijkt me helder, maar ook wat geel. Hoort dat zo? Google kan me het antwoord ook niet echt vertellen. Na wat intern ge-heen-en-weer ("het zal waarschijnlijk wel gewoon goed zijn zo" en "maak je niet druk") besluiten we toch even met de verloskundige te overleggen. Ik voel me weer even als toen ik arts in opleiding was (aios) en 's nachts mijn supervisor wakker moest bellen voor overleg. Je weet dat het moet en verstandig is, maar voelt je toch bezwaard omdat iemand waarschijnlijk net lekker ligt te slapen. Mijn vriend merkt het aan me. "Bel nou maar gewoon, jij vindt het toch ook nooit erg als je 's nachts gebeld wordt!". En hij heeft gelijk, als ik dienst heb mag iedereen me altijd bellen voor overleg of supervisie. Liever een keer te vaak dan te weinig!


Mijn verloskundige blijkt uit hetzelfde hout gesneden: vrolijk en met heldere stem neemt ze de telefoon op


"Wat fijn dat het toch uit zichzelf is begonnen Heleen!". De afgelopen weken ben ik wat vaker op controle geweest omdat de uitgerekende datum al was verstreken. Ik baalde dat het zo lang duurde, en zag vooral op tegen een eventuele inleiding (opwekken van de bevalling). Zodra je moet worden ingeleid wordt de zorg als het ware opgewaardeerd. Je wordt dan niet meer begeleid door je eigen verloskundige maar door een medisch team en er worden interventies gedaan om de bevalling op te wekken. Dit om te voorkomen dat er (doordat de zwangerschap te lang duurt en de placenta verouderd) complicaties optreden of nog erger: dat het kindje sterft. Iets wat natuurlijk heel belangrijk is om te doen wanneer dat nodig is, maar ook zijn keerzijde heeft. Doordat het natuurlijke proces verstoord wordt kun je namelijk meer pijn ervaren en heb je meer kans op andere complicaties. Iets wat ik natuurlijk liever niet heb.


Bovendien wilde ik als dokter juist zo graag de fysiologische, niet-medische kant van een bevalling ervaren. Mijn leven is immers al medisch genoeg! Sterker nog: alle bevallingen die ik als coassistent en als dokter zelf heb meegemaakt waren gecompliceerd. Dit is immers pas het moment waarop je als dokter erbij wordt geroepen. Daarnaaast heb ik gedurende 6 jaar wetenschappelijk onderzoek gedaan naar onder andere moedersterfte. Oftewel: mijn hele idee van bevallen was best wel wat vertekend.


Alle verloskundigen uit de praktijk leefden in die laatste weken zichtbaar met me mee. "Laat me je maandag niet weer zien hè, dan ben je gewoon aan het bevallen!", riep een van de verloskundigen me na het laatste bezoek nog na.


Een voorspellende gave, blijkt nu, want die afspraak van vanmiddag kan ik wel afzeggen!


Ik stuur een foto van het vruchtwater, dat ik inmiddels in een glas heb opgevangen, per mail naar haar toe. Handig, want dan hoeft ze niet helemaal bij mij thuis te komen om kijken. Ze snapt gelukkig mijn twijfel, wat een beetje als een opluchting voelt omdat ik haar nu dus niet voor niets wakker heb gebeld. Uiteindelijk vindt ze het helder genoeg. Fijn! Dat betekent dat we de tijd hebben en ik gewoon weer kan gaan slapen, in afwachting van de weeën. Morgenochtend neemt de dagdienst weer contact met mij op. Mijn vriend en ik geven elkaar een high-five (we've got this!) en vallen wonder boven wonder ondanks de spanning beide vrijwel direct weer in slaap. Een mooi bij-effect van ons werk denk ik, waarin we tijdens onze nachtdiensten getraind zijn geraakt om vlot wakker te worden en na een moment van adrenaline weer in slaap te kunnen vallen wanneer de dienst dat toelaat.


Om half negen 's ochtends worden we uitgerust wakker


Ik voel me, ondanks een licht ongesteldheidsgevoel onder in mijn buik, niet anders dan anders. Mijn vriend gaat nog even naar de supermarkt voor de laatste boodschappen. Ik besluit, na een warme douche, om pannenkoeken te gaan bakken als ontbijt. Een paar dagen geleden had ik hier speciaal alle spullen voor in huis gehaald, zodat ik wat afleiding en ontspanning kon vinden mocht de bevalling beginnen. Bovendien, bevallen op een lege maag leek me zoiets als een marathon lopen zonder training. Dat hou je niet vol.


Dacht ik...


Want ik heb het beslag nog niet gemaakt of ik geef over. Niet éen keer, niet twee keer, maar continu, en achter elkaar. Even later sprint ik naar de wc. Mijn lichaam leegt zich aan alle kanten en ik kan me er alleen maar aan over geven (pun intended). Dan voel ik de krampen. Ze worden heftiger en komen vlot en regelmatig, zo om de 3 minuten.


De weeën zijn begonnen!


Mijn vriend kijkt verbaasd als hij terugkomt van zijn korte tripje naar de supermarkt. In plaats van een keukenprinses met een stapel pannenkoeken treft hij een puffende vriendin aan die half over het kookeiland gebogen hangt. Op dat moment belt ook de verloskundige die de dagdienst heeft. Ze komt langs, en vraagt of de verloskundige-in-opleiding later ook mag aanschuiven. "Gezellig", zeg ik, want ik had haar al eerder ontmoet en mocht haar direct graag. Sterker nog, bij mijn laatste controle had ik haar al praktisch bij mijn bevalling uitgenodigd. Het voelt alsof het zo moet zijn dat ze er nu ook echt bij kan zijn.


Wanneer de verloskundige binnen komt is het ongeveer half elf en adem ik de weeën met controle weg. Tussendoor lukt het me bewust te ontspannen en niet op de pijn te focussen. Iets wat in deze fase van de bevalling ontzettend belangrijk is voor het aanmaken van je eigen pijnstillende hormonen (endorfines). "Dit ziet er goed uit zo Heleen", spreken ze me motiverend toe. Het is alsof ik als vanzelf weet hoe ik dit moet doen, want ik had het puffen zelf (wat eigenlijk meer gewoon lang uitademen is) niet per se geoefend. Dat het zo goed en natuurlijk gaat geeft me zelfvertrouwen, ik kán dit!


Omdat ik had bedacht dat ik graag de eerste 5 centimeters ontsluiting thuis wilde blijven (omdat de weeën kunnen afzwakken als je te vroeg uit je ritme wordt gehaald bijvoorbeeld door een autorit naar het ziekenhuis) besluit de verloskundige na een aantal controles weer even terug naar de praktijk te gaan. "Ik zie je wel weer over een paar uur", zeg ze.


"Onee, een paar uur?!!", denk ik. "Zo lang?!"


Rond 2 uur smiddags, wanneer de verloskundige weer komt kijken, voel ik me niet prettig meer thuis. Ik kan geen goede houdingen meer vinden, heb inmiddels 4cm ontsluiting en de weeën worden sterker. Ik merk dat ik naar een plek wil waar ik me nog veiliger voel. Een plek die voelt als mijn tweede thuis, maar dan met (verlos)kundige mensen voor het geval ik ze nodig heb.


Op naar het ziekenhuis!

Voordat ik in de auto stap plak ik de beval-TENS, die ik graag wilde uitproberen ter pijnstilling, op mijn rug. Daarna adem ik nog een paar weeën weg op de trap en eentje buiten, vlak voor de voordeur. Ik ga met mijn ogen dicht in de auto zitten terwijl mijn vriend rijdt. Bij elke wee druk ik op de Burrst knop van de TENS, wat een prettig afleidende trilling geeft in mijn rug. Wanneer ik daar op focus is de pijn van de wee beter te doen. Nice! Top apparaat die TENS. Ik merk dat mijn eigen pijnstillende hormonen zijn werk beginnen te doen: tussen weeën door val ik steeds bijna in slaap. Om dan weer flink op de Burrst knop te drukken wanneer er weer een wee begint.


Even later helpt mijn vriend mij in een rolstoel van het academisch ziekenhuis waar ik jarenlang heb gestudeerd en gewerkt. Voor het eerst merk ik dat er tegels liggen op de begane grond. Het gehobbel dat dit geeft is vrij a-relaxed tijdens een wee. Toch blijf ik behoorlijk in mijn eigen zone, ogen dicht, puffend en Burrstend.


Aangekomen in de bevalkamer, of zeg maar gerust suite, blijf ik nog even in de rolstoel zitten. Just me and my TENS. Daarna kruip ik even met TENS en al in het bed. Helemaal in mijn bubbel. De verloskundige, de verloskundig-in-opleiding (die ik vanaf nu ook gewoon verloskundige noem, want ze heeft me mijn hele bevalling uitstekend begeleid) en mijn vriend, ze laten me allemaal heerlijk met rust. Hands off zolang het kan, precies zoals we van tevoren hadden besproken en vastgelegd in mijn bevalplan.

Ik merk dat ik steeds meer high wordt van mijn eigen hormonen. Tot de trillingen van de TENS niet meer genoeg afleiding biedt. Ik word weer onrustig. Het is tijd om, precies zoals ik in mijn bevalplan had geschreven, in bad te gaan.


Het bad in


Het warme water biedt fijne verlichting, en de verloskundigen zorgen ervoor dat het comfortabel warm blijft. Ik merk dat ik steeds meer en meer in mijn bubbel terecht kom en ook niets meer van mijn vriend moet hebben. Geen aanraking, geen gesprek, niets. En ik voel geen eens medelijden met hem!


De pijn is heftig, maar het wegdoezelen tussen weeën door voelt heerlijk. Af en toe hallucineer ik. Ik zie een kindertekening van een tijger op de muur, en er vliegen een paar haar-kammen voorbij. Ik moet er om lachen: ik hallucineer wel vaker wanneer ik koorts heb, dus dit is voor mij niet vreemd. Bovendien weet ik hoe het komt. Ik ben high on my own supply (hormonen)!


Morfine-fantasie


Wat wel steeds vreemder aanvoelt is de pijn, die steeds heftiger wordt. Ik begin te twijfelen. Wil ik dit wel echt zo? Kan ik dit wel? Wil ik niet toch pijnstilling? Wat doe ik mezelf in godsnaam aan?! Waarom moest ik nou zo nodig "zo fysiologisch mogelijk" bevallen?


Tijdens elke wee fantaseer ik over morfine (remifentanyl), een ruggenprik, en zelfs een narcose. “Waarom hebben we geen fentanyl-neusspray meegenomen uit het ziekenhuis?”, schreeuw ik bijna tijdens een wee tegen mijn vriend. Ik speel met het idee om pijnstilling te vragen. Maar ik weet ook dat dit zal betekenen dat ik het medische circuit in ga: mijn verloskundigen moeten dan de zorg overdragen aan het medisch team. Hoewel daar niets mis mee is, is het iets wat ik liever niet wilde. Ik wilde een andere (fysiologische) ervaring, eentje die ik nu nog zelf in de hand heb. Bovendien ben ik de afgelopen tijd best wel gehecht geraakt aan mijn verloskundigen. Ik wil dit met hén afmaken.


"Ik raak een beetje in paniek", vertel ik mijn verloskundige. Ik vertel haar mijn gedachten, mijn dubio over pijnstilling, en besluit dat ik wil weten in welke fase van de bevalling ik inmiddels ben aangekomen. Bij 8 cm ontsluiting ga ik zo door, bij 5 cm duurt het me nog te lang ga ik voor pijnstilling, zo besluit ik stiekem alvast in mijn hoofd. De verloskundige toucheert. Zo'n 7 cm... Kak. En nu?


De verloskundige glimlacht wanneer ik haar over mijn zojuist genomen besluit vertel


"Voor ons is 7 cm hetzelfde als 8 hoor Heleen, dezelfde fase". "En", zo vervolgt ze, "de laatste centimeters gaan altijd sneller dan de eerste". “Oke”, denk ik. “Dat geeft de burger moed!”


Ook leest mijn vriend de zin voor die ik speciaal voor hem in mijn bevalplan heb gezet. "Als ik bij 8cm in paniek raak of zeg dat ik het niet meer aan kan, vertel me dan dat dit zo hoort rond dit aantal centimeters. De hormonen veranderen namelijk nu iets, wat kan zorgen voor de paniek. Dit hoort erbij, en betekent dat ik er bijna ben!". Ik kan mijn vroegere zelf die dit zo zorgvuldig opschreef wel schieten. Wat een wijsneus! Ze moest eens weten hoe zeer dit doet! Maargoed, ze is wel dokter dus ze zal wel gelijk hebben... Ik zet door, gebruikmakend van de pijnstillende werking van het warme badwater en mijn eigen hormonen. Niet veel later voel ik enorme druk op mijn stuitje en drang om te persen. De 10 centimeter ontsluiting heeft zich aangediend.


Let's go! De persfase is begonnen!


Ik start met persen in het bevalbad en wissel verschillende houdingen af. Al snel word ik ongeduldig, een van mijn slechtste eigenschappen. "Hoe lang duurt dit nog?", vraag ik de verloskundige. "Tja", zegt ze eerlijk, "dit kan wel een paar uur duren". Ik rol met mijn ogen. "Ik doe dit echt nooit weer, nooit w....!!!", mijn zin wordt onderbroken door weer een perswee. Ik kijk naar mijn vriend, die begripvol knikt. "Dat is goed lieverd, je doet het echt super". Na elke wee kijk ik naar de klok. Hoewel ik een lekker ritme te pakken lijk te krijgen (het lukt me elke keer om precies 3 keer te persen in 1 wee) gaat de tijd tergend langzaam voorbij. "Verdorie, weer nog maar twee minuten voorbij", denk ik. Waarna ik weer wegdoezel in een cocktail van hormonen.


De baarkruk dan...


Na allerlei houdingen in het bad geprobeerd te hebben, zonder al te veel resultaat, veranderen we van strategie. Ik ga de baarkruk proberen. Eindelijk kan mijn vriend ook wat doen, want ik vind het nu plots wél prettig om door hem ondersteund te worden. Bovendien vind ik deze prettig, even lekker zitten. Het maakt het persen ook makkelijk, want het is eigenlijk gewoon alsof je op de wc zit. En daarnaast is dit een ideale positie om mijn droombevalling te kunnen verwezenlijken: eentje waarbij ik zelf mijn dochter kan aanpakken. Iets wat ik met mijn verloskundige goed heb besproken, en wat op de planning staat wanneer dat mogelijk is.


Helaas helpt ook deze houding me uiteindelijk niet veel verder, en ik besluit om, tegen mijn eerdere wensen in, op het ziekenhuisbed te gaan liggen. Eerst halfzittend, daarna toch maar liggend. Op mijn zij, op mijn rug, op mijn zij en dan toch weer op mijn rug. Ik kan bijna niet anders meer, mijn stuitje voelt zwaar gekneusd en tussen de weeën door val ik steeds even weg. Ik moet liggen, ik wil slapen. Maar de weeën wekken me bruut om de 1 à 2 minuten klaarwakker.


Na nog een poging op de baarkruk en in het bad ga ik toch weer terug op bed. De kraamzorg heeft zich even eerder ook bij het bevalteam aangesloten, en helpt me goed in bed te gaan liggen. Op mijn rug. Juist in de positie uit de ziekenhuisseries, waarin bevallingen altijd enorm worden gedramatiseerd. Een positie die ik van tevoren absoluut niet dacht te willen. Hoewel ik het nooit had gedacht voelt dit, de meest medische houding van allemaal, toch het meest als mijn houding.


Ik moet er van binnen een beetje om lachen: eens een medisch type altijd een medisch type?


Na wat voelt als een eeuwigheid aan persweeën zie ik tijdens een helder moment dat de verloskundigen elkaar even aan kijken. Ik zie het in hun ogen, het wordt nu wat serieuzer. "Heleen, je bent nu best lang aan het persen zonder genoeg resultaat". Ik knik. Ik voel me nog sterk genoeg, maar merk tegelijk ook wat vermoeidheid opkomen en ben er bovendien helemaal klaar mee. "We willen toch de klinisch verloskundige en gynaecoloog mee laten kijken". Ik vind het allemaal prima. Ik heb het tot aan hier fysiologisch mogen meemaken, zoals ik wilde.


Laat het medische team nu maar komen


De klinisch verloskundige is gelukkig ook echt mijn type: een fijne, doortastende en professionele vrouw die direct besluit een echo te maken om de ligging van mijn baby voor de zekerheid te controleren. Ik kan meekijken naar de echo en krijg de bevestiging dat ze goed ligt. Gelukkig. De hartslagmonitor (CTG) die wordt bevestigd laat een goede hartslag van de baby zien. Het stelt me gerust. De verpleegkundige van het ziekenhuis kijkt me liefdevol aan, en ik voel ontzettend veel vertrouwen in het zojuist uitgebreide team. Bovendien zijn ook mijn eigen verloskundigen gebleven, twee vertrouwde gezichten in een volle bevalkamer. Het geeft me een gevoel van behoud van regie. Zij zijn hier met mij en wij gaan dit fixen! Mijn vriend zit inmiddels naast me. Hij kijkt nog kalm, dus ook dat zit wel snor.


De klinisch verloskundige stelt voor om de weeën te versterken met medicatie om de bevalling voor elkaar te krijgen. Ik heb daar zelf alleen niet zo'n oren naar. Ik ben bang voor uitputting door een weeënstorm, en voel bovendien sterk dat ik nog wel wat kracht in me heb zitten. Vooralsnog besluiten we de medicatie nog even niet te starten. "Waarom doen jullie geen vacuümpomp?", vraag ik, meer nieuwsgierig dan suggestief. De klinisch verloskundige kijkt me aan. "Dat is helaas niet mogelijk, ze zit nog te diep". Shit…


Dan zie ik nóg een bekend gezicht de kamer binnen komen!


De arts (in opleiding tot gynaecoloog) is een ex-collega, die ik me herinner als aardig, professioneel en, niet onbelangrijk, kundig. Van tevoren heb ik erover nagedacht dat ik vanwege mijn werk ook tijdens mijn bevalling bekenden tegen zou kunnen komen. Eerlijk gezegd had ik gedacht dat het kwetsbaar zou voelen wanneer een (ex)collega me op deze manier zou zien. Maar nu het zo ver is merk ik dat ik het juist prettig vind om haar te treffen. “Hé, jou ken ik!”, zeg ik helder. Ze kijkt me lachend aan. "Jahaa, ik volg je ook al een tijdje op Instagram en vroeg me al af of je misschien in mijn dienst zou bevallen". Ik lach. "Fijn dat je er bent", antwoord ik.


"En wat is nu het plan?"


Ze kijkt me aan. Rustig. Professioneel. Vriendelijk. "Ik wil tijdens een wee gaan kijken hoe diep ze komt en of dan een vaccuümextractie toch mogelijk is". "En", zo vervolgt ze, "wanneer dit mogelijk is gaan we dat doen". Ik vind het een goed plan. De volgende wee pers ik me een ongeluk, en met effect. Een vacuümpomp lijkt mogelijk te zijn! Het voelt als een opluchting: na bijna 3 uur persweeën is het einde in zicht.


Tijdens de volgende wee hoor ik de piepjes van het CTG, de hartslagmonitor van de baby, vertragen…


Hoewel de hartslag na de wee weer goed opklimt, iets wat ik zelf geruststellend vind, zie ik dat het medische team elkaar even aan kijkt. Ik herken de blikken uit duizenden. Het zijn blikken die ik in andere situaties zelf uitdeel binnen mijn team. De blikken van alertheid. "Heleen, je hebt zometeen twee pogingen", vertelt de arts me. "Twee weeën persen met de vacuümpomp. Als dat niet voldoende is krijg je een spoed keizersnede". De gynaecoloog zelf staat inmiddels ook in de kamer, voor het geval dat. Een kinderarts staat op de gang, ook ter ondersteuning voor wanneer dat nodig is. Ik kijk naar mijn vriend. "Je kunt dit lieverd", zegt hij.


Ik voel een oerkracht over me komen


Dit varkentje gaat gewassen worden, en wel hier in deze kamer met deze pomp! Een ritje naar de operatiekamers, een ruggenprik in in deze toestand van pijnlijke weeën (of zelfs een volledige narcose) zie ik echt niet zitten. Even wordt er overwogen om een knip (episiotomie) te zetten, iets wat in combinatie met een vacuümpomp vaak gebeurt om een totaalruptuur (doorscheuren van vagina tot en met de anus) te voorkomen. In de gesprekken met mijn eigen verloskundige over mijn bevalplan hebben we uitgebreid besproken dat ik dit eigenlijk niet wil. Ik vind het wetenschappelijk bewijs ervoor namelijk matig, en geloof zelf dat je mogelijk minder schade berokkend wanneer je natuur zijn werk laat gaan. Een scheur, hoe vervelend ook, kiest immers de weg van de minste weerstand. Een knip kan, als je pech hebt, door allerlei lagen weefsel worden gezet...


Mijn verloskundige ziet mijn twijfels en schiet me te hulp. "Misschien is er ook een middenweg mogelijk?", stelt ze het team voor. Dat is er! We besluiten het even aan te zien: na wee nummer 1 zal worden besloten of een knip echt nodig is of niet. Alleen als het risico op een totaalruptuur echt groot lijkt te zijn, zal de knip met mijn toestemming gezet worden.


"Zet hem op, ik vertrouw op je", vertel ik mijn arts, mijn ex-collega. "Jij kunt dit", zeg ze terug. “Probeer goed naar onze instructies te luisteren”. Ik denk aan alle zwangerschapssportlessen die ik tot aan 41 weken heb volgehouden. Die schuine buikspieren zitten er wel, persen kan ik, denk ik in mijn hoofd.


Persen kan ik!


De vacuümpomp wordt ingebracht (poeh wat is dat pijnlijk), en al snel volgt een wee. Ik geef alles wat ik heb en meer. Ik voel een scheurende pijn, maar het kan me niet schelen. "Hoofdje staat!", hoor ik de arts zeggen. Er gaat een golf van opluchting en blijdschap door de kamer. Ik voel het ook, dit gaat lukken! Een knip blijkt ook niet nodig, hoezee!


"Nu wachten! Niet persen!", hoor ik de arts zeggen. "Wachten op de volgende wee". Ik adem de pijn weg, al verdwijnt het natuurlijk niet. Het voelt alsof mijn onderkant uit elkaar spat. De "ring of fire", ik herken het gevoel uit de beschrijving in de zwangerschapscursus die ik heb gevolgd. De klinisch verloskundige spreekt me bemoedigend toe. De ogen mijn eigen verloskundigen zeggen me dat dit helemaal goed gaat komen.


"Waar blijft die verdomde wee!" Ik hou het bijna niet meer. En dan, na wat een eeuwigheid lijkt te duren, voel ik hem opkomen. This Is It. Nog éen keer pers ik mee. Ik geef alles wat ik heb. "Ene schouder, andere schouder", hoor ik de arts zeggen.


"Heleen, kom hier met je handen!"


De woorden van mijn eigen verloskundige herinneren me eraan dat ik zo graag zelf mijn baby zou willen aanpakken. Haar handen begeleiden me naar de handen van de arts, waarna ik een seconde later zelf mijn dochter op mijn borst kan leggen. Heldere open oogjes kijken me aan. Onze lieve Maud is geboren. Iedereen in de kamer lacht.


Daarna gaat het heel snel


Althans, in ieder geval voor mijn gevoel. Met een paar weeën, die ik nauwelijks meer voel, wordt ook de placenta geboren. Ik moet worden gehecht, maar dat kan me eigenlijk niets meer schelen. Ik heb een dochter, iets wat zowel totaal onwerkelijk voelt en tegelijkertijd alsof het altijd al zo is geweest. De verpleegkundige vraagt of ik wat wil eten, en even later eet ik de lekkerste broodjes kaas en pure hagelslag die ik ooit heb gegeten.


Die nacht blijven we in het ziekenhuis, en tref ik nog meer mensen die ontzettend lief voor me zijn en enorm goed voor me zorgen. Sommigen ken ik, vanuit een eerdere baan of vanuit mijn vriendenkring, en sommigen kennen mij, van Instagram. Al deze mensen leefden al tijden met me mee via mijn verhalen online. Het maakt dat het voor mij al met al een bijzondere ervaring is om ook dit stukje zo persoonlijk met hen te delen.


De volgende ochtend neemt de klinisch verloskundige van dienst die ter controle langs komt zelfs een klein appeltaartje voor me mee! Iets wat een enorme zwangerschaps-craving van mij was, en wat zij heel lief had onthouden.


Trots, trotser, trotst


Ondanks dat ik veel bekenden trof in het ziekenhuis voelde ik me echt gezien als patiënt, iets wat voor mij als dokter ontzettend waardevol is. Vaak zien collega's mij als gelijke, waardoor ze er van uit gaan dat ik het zelf net zo goed weet en ik juist die extra uitleg, waar ik als patiënt zo'n behoefte aan heb, misloop. De uitleg die me geruststelt en houvast geeft, en juist ook regie. Ook heb ik me dankzij de professionaliteit van deze zorgprofessionals geen enkel moment kwetsbaar gevoeld, terwijl ik me ergens toch in een kwetsbare positie bevond.


Bovendien kijk ik terug op een bevalling waarin ik ondanks dat het niet helemaal zo verliep als dat ik mijn ideale bevalling had voorgesteld wel regie heb kunnen houden en er aan mijn wensen is gedacht. Dankzij de voorbereidingen die ik zelf middels een zwangerschapscursus heb getroffen, dankzij het meedenken van het medische team, maar ook zeker dankzij mijn eigen verloskundigen die tot het einde letterlijk aan mijn zijde bleven staan en mij hielpen regie te behouden. Iets waarvan zij wisten dat het onwijs belangrijk is voor mij.


Ik kijk terug vol trots. Trots op Maud, die ondanks de vacuümpomp geen kik heeft gegeven, prachtig helder het leven in stapte en het hartstikke goed doet. Trots op mijn vriend, die me precies zo heeft gesteund als ik nodig had. Trots op mezelf, dat ik dit toch maar even zo heb geflikt. En ook trots op de zorg. De zorg die in Nederland zo goed geregeld is. Met kundige, prettige, bekrachtigende en vooral ook lieve zorgverleners die vol passie hun werk doen en mij deze positieve ervaring en prettige start in de avonturen van het moederschap hebben kunnen geven.❤️




Extra: Mijn tips voor tijdens de zwangerschap, bevalling en daarna:


Cursussen:

💥Zwangerschaps/bevallingscursus: Ik heb de zwangerschapscursus van Doete van Dubbelzen gedaan, en heb daar ontzettend veel baat bij gehad tijdens mijn bevalling. Ik was ultiem voorbereid, en deze kennis maakte me stukken meer ontspannen en zeker. Met de code HELEEN kun je met 50 euro korting dezelfde kennis opdoen en net als ik meer ontspanning tijdens je bevalling ervaren. De cursus wordt door sommige verzekeraars ook nog eens vergoed. Klik hier voor de cursus.


💥 Cursus voor na de bevalling: Momenteel doe ik de vervolgcursus, speciaal voor moeders vol tips en tricks na de bevalling. "The Ultimate Mom Guide". Met de code MOMHELEEN krijg je 24 euro korting op de cursus. Hij kost dan geen 99 euro maar 75! Klik hier voor de cursus.


💥 Baby- en kinderreanimatie cursus: Ik zelf heb ook een cursus waarvan ik vind dat elke ouder of verzorger hem gedaan moet hebben: mijn cursus baby- en kinderreanimatie. Voor slechts 39.95 leer jij wat je moet doen in een noodsituatie bij een baby of kind (inclusief hoe te handelen bij bijvoorbeeld verstikking of verslikking). Zie deze link voor meer informatie en aanmelden.


Pijnstilling:


💥 De TENS heb ik hier gehuurd, voor een uitgebreid verhaal over de TENS check deze blog.


Sporten


💥 Ik heb tot aan 41 weken sportlessen speciaal voor zwangeren gevolgd bij Carmen van Calipso Studio en volg nu ook haar online herstelprogramma voor na de bevalling.


💥 In deze blog lees je meer over sporten tijdens de zwangerschap


Zorg


💥 Mijn verloskundigen zijn hier te vinden


💥 De zorgverleners in het ziekenhuis volg je via Instagram


Boeken

​💥 Dagboek van een verloskundige - Boek van Marlies Koers, over haar werk en belevenissen als verloskundige, en het vervolg Sorry dat ik je wakker bel






Meer lezen van mij? Koop mijn boek!


7.151 weergaven

Comments


bottom of page